Forests on the semi-arid ABC islands (17) – Help local trees and forests!

This series of articles was written and published in 2011 in the Antilliaans Dagblad newspaper. 2011 was the year that the United Nations declared the International Year of Forests, in order to give more attention to the “lungs” of the earth. Without forests, life on earth is impossible. The original series concerned the mondi of Curaçao and has been adapted and rewritten where necessary to also include the sister islands of Aruba and Bonaire. This is part 17 of the series, illustrating some of the dangers forests worldwide, including on the islands of Aruba, Curaçao and Bonaire, face.

Help local trees and forests!

It’s easy to shrug our shoulders and look the other way, or to look sternly at only nature and environmental organizations when things go wrong with nature and the environment. Often, it’s ignorance or a sense of powerlessness that keeps us on the sidelines as we watch with dismay as the government makes over-the-top plans for nature reserves, or when news breaks that yet another animal or plant species has become extinct. Admittedly, it’s practically impossible to bring about change in a country far from home, and beyond donating to an attractive project, this will only happen in rare cases. What can be done, however, is getting involved in the protection and conservation of your own natural environment in the country or island where you live and work. Staying alert to developments around you, joining an organization that champions nature and the environment or start your own when there are none, and taking your own surroundings into account are all actions that can be taken. Writing letters to the government, participating in protests, or organizing your own actions goes even further. The easiest thing you can do, without having to join anything or write a single word, is to actively consider nature and the environment in your immediate surroundings. And since this series is about trees and forests, we’ll give a few concrete examples.

Local flora is perfect for landscaping

The simplest thing you can do is observe. Observe around you, at home or in your neighborhood, and note which gardens, squares, and the landscaping of hotels and businesses use local trees and plants. There aren’t many. With every new development plan, the first step is to scrape away the so-called “shushi” (garbage) with a loader, leaving the soil to cook for months, if not years, under the hot sun.

Local trees and plants ARE suitable for gardens and landscaping

The excuse that local trees aren’t suitable for gardens and landscaping is often used is utter nonsense. Trees and plants native to the island are seamlessly adapted to the prevailing climatic conditions: plenty of sun, high temperatures, strong winds, and little rain. This means they’re low-maintenance and can be kept alive with little effort. Most of these plants remain vibrantly green when watered regularly.

Local trees and plants are not per definition slow growers and they are low cost in maintenance
Guaiacum officinale seedpods and seeds. All photos Michelle Pors-da Costa Gomez.

The argument that they’re slow-growing is also nonsense. They grow slowly in the wild, where they’re completely dependent on every drop of rain, but in a garden where the sprinkler is turned on at least once a week, they grow much faster. We’ve seen a Wayaca (Guaiacum officinale) in a garden on a limestone cliff grow into a 2-meter-tall tree in 2.5 years, complete with flowers and seeds. Losing leaves isn’t an excuse. Every tree loses leaves. That’s normal. A local tree loses leaves when it gets dry and there isn’t enough moisture to produce precious new leaves. Water the tree, and new leaves will keep coming. There are plenty of local plants and trees to choose from. The Kibrahacha (Handroanthus billbergii), with its beautiful yellow flowers during the rainy season, is one of them. But the Brasia (Haematoxylum brasiletto), often confused with the Kibrahacha, is also a rewarding tree. Its jagged trunk adds an extra aesthetic touch to the garden and attracts many birds when it blooms, including hummingbirds. The often-mentioned Wayaca is definitely worth it. Chuchubis or Tropical mockingbirds love the red seeds of this tree. In the bird’s stomach, the red layer is digested and the black seed is excreted. Only then can it germinate. If you have Chuchubis in your garden, you’re almost certain to see a small Wayaca emerge from the ground at some point. If you want to grow it in a different location, you’ll need to dig it up quickly and plant it where you want it. The plant first invests in a long root that searches for ground water. Only once this is established does it invest in the rest of the plant. Watering accelerates this process. The beauty of the Wayaca is that it remains green all year round and requires very little water. And that’s precisely the point. Low costs, lots of fun, and a local plant in your garden.

Watakeli flower.

The Watakeli (Bourreria succulenta) is another rewarding plant. Its thick, glossy leaves, clusters of orange berries, and fragrant white flowers are beautiful to behold. This makes it the most commonly used local tree in landscaping. However, even these seeds are not easy to plant. They must first pass through the digestive system of, for example, a Bare-eyed pigeon (also known as an Ala blanca) to germinate.

The easiest tree to plant in the garden is a columnar cactus. The “arms” of the Kadushi (Cereus repandus), Datu (Stenocereus griseus), or Kadushi di Pushi (Pilosocereus lanuginosus) can be laid horizontally on the ground in areas that don’t get too much direct sunlight, or be stuck vertically into the ground. They will develop roots and then produce new branches. By planting one of these columnar cacti, you certainly contribute to nature conservation on the island. Each columnar cactus eliminated means less food during the dry season for reptiles, mammals, and birds, as these plants are practically the only ones that flower and bear fruit during the dry season, thanks to the bats. If every garden on Curaçao had at least one columnar cactus, that could make a significant contribution to nature. Of course, that doesn’t mean we should just cut down all the cacti in the mondi. But we can take action against that.


Bossen op de semi-aride ABC-eilanden (17)
Help lokale bomen en bossen!

Deze artikelenserie werd in 2011 geschreven en gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad. 2011 was het jaar dat door de Verenigde Naties werd uitgeroepen tot het internationaal jaar van de bossen, om zodoende de “longen” van de aarde meer aandacht te geven. Zonder bossen is leven op aarde namelijk onmogelijk. De oorspronkelijke serie betrof de mondi van Curaçao en is aangepast en waar nodig herschreven om ook de zustereilanden Aruba en Bonaire er ook in mee te nemen. Dit is deel 17 van de serie, met de gevaren waaraan bossen blootstaan.

Het is makkelijk om met het ophalen van de schouders een andere kant op te kijken of streng te kijken naar alleen de natuur en milieu organisaties als het weer eens mis gaat met de natuur en het milieu. Vaak is het onwetendheid of een gevoel van machteloosheid die ons aan de zijlijn doet staan terwijl we met lede ogen aanzien hoe de overheid ‘over the top’ plannen maakt voor natuurgebieden, of als het nieuws binnenkomt dat een zoveelste dier of plantensoort op de wereld is uitgestorven. Toegeven, het is praktisch onmogelijk om voor een ver van je bed land een verandering teweeg te brengen, en behalve het storten van een donatie voor een aantrekkelijk project zal dat dan ook slechts in zeldzame gevallen gebeuren. Wat wel kan is betrokken raken bij de bescherming en het behoud van je eigen natuur in het land of op het eiland waar je woont, leeft en werkt. Op je qui-vive zijn voor de ontwikkelingen om je heen, je aansluiten bij een organisatie die voorvechter is van de natuur en het milieu, zelf rekening houden met je omgeving zijn allemaal acties die ondernomen kunnen worden. Brieven schrijven aan de overheid, meelopen of het zelf organiseren van acties gaat nog wat verder. Het makkelijkste wat je kunt doen, waarvoor je je nergens bij aan hoeft te sluiten en geen letter voor hoeft te schrijven, is zelf actief in je directe omgeving rekening houden met de natuur en het milieu. En aangezien deze serie over bomen en bossen gaat zullen we een aantal concrete voorbeelden noemen.

Lokale flora is perfect for tuinen en landscaping!

Het meest simpele wat je kunt doen is kijken. Observeer om je heen, thuis of in de wijk en noteer voor jezelf binnen welke tuinen, pleinen, en de ‘landscaping’ van hotels en bedrijven gebruik gemaakt wordt van lokale bomen en planten. Het zijn er niet veel. Bij elk nieuw verkavelingsplan wordt als eerste de zogenaamde ‘shushi’ weg geschraapt met een loader en staat de grond vervolgens maanden zo niet jaren te koken onder de hete zon.

Lokale planten zijn prima geschikt voor tuinen en landscaping

Vaak wordt de smoes gebruikt dat lokale bomen niet geschikt zouden zijn voor tuinen en ‘landscaping’. Dat is dus pertinente onzin. Bomen en planten van het eiland zelf, zijn naadloos aangepast aan de hier heersende klimaatomstandigheden. Veel zon, hoge temperaturen, veel wind en weinig regen. Dat betekent dat ze ‘low maintenance’ zijn en met weinig moeite in leven te houden. De meeste van deze planten blijven ‘fluitend’ groen als ze regelmatig een klokje water krijgen.

Inheemse bomen en planten vergen weinig onderhoud en groeien niet per definitie langzaam
Guaiacum officinale zaadlijsten en zaden. Alle foto’s Michelle Pors-da Costa Gomez.

Ook het argument dat ze langzaam zouden groeien is onzin te noemen. Ze groeien langzaam in de natuur waar ze totaal afhankelijk zijn van elke druppel regen die er valt, maar in een tuin waar tenminste eenmaal per week de sproeier aangaat groeien ze een stuk harder. Een Wayaca (Guaiacum officinale )in een tuin op een kalk klip hebben we in 2,5 jaar tijd zien uitgroeien tot een boompje van 2 meter hoog, compleet met bloemen en zaden. Kaal worden is ook geen smoes. Elke boom verliest blaadjes. Dat is normaal. Een lokale boom wordt kaal als het droog wordt en er dus niet genoeg vocht is om kostbare nieuwe blaadjes te produceren. Geef de boom water en er zullen nieuwe blaadjes blijven komen. Er zijn genoeg lokale planten en bomen om voor te kiezen. De Kibrahacha (Handroanthus billbergii) met zijn prachtige gele bloemen in de regentijd is daar een van. Maar ook de Brasia (Haematoxylum brasiletto) die vaak verward wordt met de Kibrahacha is een dankbare boom, die met zijn grillige stam ook nog een een extra esthetische aspect aanbrengt in de tuin en veel vogels aantrekt wanneer die bloeit, waaronder kolibries. De al vaak genoemde Wayaca is helemaal de moeite waard. Chuchubi’s of Caribische spotlijsters zijn gek op de rode zaden van deze boom. In de maag van de vogel wordt het rode laagje eraf verteerd en het zwarte zaad wordt uitgepoept. Pas dan kan het ontkiemen. Heb je Chuchubi’s in de tuin dan is het bijna zeker dat je op gegeven moment een kleine Wayaca uit de grond ziet komen. Wil je het op een andere plek hebben dan moet je het plantje snel uitgraven en planten op de plek waar je het wil hebben. De plant investeert namelijk als eerste in een lange wortel die op zoek gaat naar water. Wanneer dit geconsolideerd is gaat het pas investeren in de rest van de plant. Met bewateren bespoedig je dit proces. Het mooie van de Wayaca is dat de plant het gehele jaar door groen blijft en daarbij ook zeer weinig water nodig heeft. En dat is nu precies het punt. Weinig kosten, veel plezier en ook nog een lokale plant in de tuin.

Witte bloem van de Watakeli.

Ook de Watakeli (Bourreria succulenta) is een dankbare plant. De dikke glanzende bladeren, trossen oranje bessen en heerlijk ruikende witte bloemen zijn prachtig om te zien. Hierdoor is dit de meest gebruikte lokale boom in ‘landscaping’. Echter, ook deze zaden zijn niet makkelijk te planten. Ze moeten eerst door het darmstelsel van bijvoorbeeld een naaktoogduif (oftewel een ala blanca) zijn gegaan om te kunnen ontkiemen.

De meest makkelijke boom om te planten in de tuin is een zuilcactus. ‘Armen’ van de (Cereus repandus), Datu (Stenocereus griseus), of Kadushi di Pushi (Pilosocereus lanuginosus) kun je horizontaal neerleggen op de grond, op plaatsen waar niet teveel direct zonlicht is, of verticaal in de grond steken. Er zullen worteltjes aan gaan groeien waarna er nieuwe takken zullen ontstaan. Met het planten van een van deze zuilcactussen help je zeker mee aan natuurbescherming op het eiland. Elke zuilcactus minder betekent namelijk minder voedsel in de droge tijd voor reptielen, zoogdieren en vogels daar deze planten praktisch de enige zijn die in de droge tijd bloeien en vruchten dragen, dankzij de vleermuizen. Als elke tuin op Curaçao tenminste een zuilcactus bevat zou dat een goede bijdrage kunnen leveren aan de natuur. Wat natuurlijk niet betekent dat we alle cactussen in de mondi maar weg moeten kappen. Maar daar kunnen we weer actie tegen voeren.

Cookieconsent met Real Cookie Banner