Wild flowers: Hilu di diabel

This post is also available in: Dutch (below)

The Hilu (o) di Diabel or Dodder is very easy to recognize. If you see a bush along the side of the road that is covered with long orange-yellow tentacle-like threads, then you have located a specimen of Dodder. The plants are very special, because they do not have leaves like other plants do. What originally were the leaves has been reduced to scales that are almost invisible. If you observe carefully, you will see that there is not a single spot of green on the entire plant. A clear sign that the plant does not have chlorophyll. Chlorophyll are the energy production factories that plants need to survive. With this, sunlight, in combination with water and carbon dioxide, is converted into sugars and starch, the food that the plant needs to grow, make new leaves, and reproduce by means of flowers and seeds. In the absence of chloroplasts, and therefore the capacity to produce its own food, another solution must be found to survive. Such a solution is parasitizing, tapping the nutrients from other plants. And that is exactly what the Hilu di Diabel does.

The plant produces small white flowers of about 2-3 mm that grow together in groups. Beetles and other small insects such as ants visit these flowers. The seed is sticky and sticks easily to the beaks and feet of birds or other animals that pass by the plant.

English name: Dodder
Papiamentu/Papiamento name: Hilu di diabel (B, C), Hilo di diabel (A), Barba di diabel (A)
Scientific name: Cuscuta americana
Family: Convolvulaceae (bindweeds or morning glory family)
Occurrence (ABC islands): Aruba, Bonaire and Curaçao

Publications used:

  • Proosdij, A.S.J. van 2012. Arnoldo’s Zakflora: Wat in het wild groeit en bloeit op Aruba, Bonaire en Curaçao. 318 pp. Walburg Pers, Zutphen.
  • Plants of the world online
  • Dutch Caribbean Species Register
  • Wikipedia

Wilde bloemen: Hilu di diabel

De Hilu (o) di Diabel of Duivelsnaaigaren is heel gemakkelijk te herkennen. Zie je langs de kant van de weg een struik die bedekt is met lange oranjegele tentakelachtige draden, dan heb je een exemplaar van Duivelsnaaigaren gevonden. De planten zijn heel bijzonder, omdat ze geen bladeren hebben zoals andere planten. Wat oorspronkelijk de bladeren waren, is gereduceerd tot schubben die bijna onzichtbaar zijn. Als je goed kijkt, zie je dat er geen enkel groen vlekje op de hele plant te vinden is. Een duidelijk teken dat de plant geen chlorofyl heeft.

Chlorofyl zijn de energiefabriekjes die planten nodig hebben om te overleven. Hiermee wordt zonlicht, in combinatie met water en koolstofdioxide, omgezet in suikers en zetmeel, het voedsel dat de plant nodig heeft om te groeien, nieuwe bladeren aan te maken en zich voort te planten door middel van bloemen en zaden. Bij gebrek aan chloroplasten, en dus het vermogen om zelf voedsel te produceren, moet er een andere oplossing worden gevonden om te overleven. Zo’n oplossing is parasitisme. Daarbij onttrekt de plant voedingsstoffen aan andere planten. En dat is precies wat de Hilu di Diabel doet.

Deze plant produceert kleine witte bloemetjes van ongeveer 2-3 mm die in groepjes bij elkaar groeien. Kevers en andere kleine insecten zoals mieren bezoeken deze bloemetjes. Het zaad is plakkerig en blijft gemakkelijk plakken aan de snavels en poten van vogels of andere dieren die langs de plant lopen.

Nederlandse naam: Duivelsnaaigaren
Papiamentse naam: Hilu di diabel (B, C), Hilo di diabel (A), Barba di diabel (A)
Wetenschappelijke naam:  Cuscuta americana
Familie: Convolvulaceae (Winde familie)
Voorkomen (ABC eilanden): Aruba, Bonaire en Curaçao

Gebruikte publicaties:

  • Proosdij, A.S.J. van 2012. Arnoldo’s Zakflora: Wat in het wild groeit en bloeit op Aruba, Bonaire en Curaçao. 318 pp. Walburg Pers, Zutphen.
  • Plants of the world online
  • Dutch Caribbean Species Register
  • Wikipedia


Cookieconsent met Real Cookie Banner