This post is also available in: Dutch (below)

When walking along the shores of our islands we you can sometime find delicate pink wing-shaped bivalve shelves of varying sizes that look and feel like they are made of the most fragile of materials. It is unusual to find them in one piece, in most cased there are pieces missing from the fragile material, and if you find one that is complete, it is almost impossible to bring it home in one piece, as they tend to shatter with the slightest of touches: The Amber penshell (Pinna carnea).
Bivalves
The Amber penshell is a bivalve. The definition of a bivalve as written in Wikipedia is as follows: “The shell of a bivalve is composed of calcium carbonate, and consists of two, usually similar, parts called valves. These valves are for feeding and for disposal of waste. These are joined together along one edge (the hinge line) by a flexible ligament that, usually in conjunction with interlocking “teeth” on each of the valves, forms the hinge. This arrangement allows the shell to be opened and closed without the two halves detaching.”
Amber penshell details

The Amber penshell can grow into a length of about 30 cm and has a speedy initial growth when the larva has settled only to slow down the growth when reaching a significant length. The valves of the Amber penshell are translucent and thin, and held together by ligaments that run along the entire dorsal side of the bivalve. The bivalve is triangular with 8 to 12 low ribs radiating from the pointed anterior end to the large posterior edge.
The outside colour of the shell varies in each individual, from light pink to an amber-like colour. The outside also has small spines, but these are equally as fragile and will erode over time. When seen alive on the reef the anterior part (the smaller part) of the animal is buried under sand and only the outer part of the posterior (the larger thicker part) sticks out, opened to let the organism filter-feed. As the organism grows it will burrow further into the substrate but will always keep the posterior exposed to the water to filter food particles and other nutrients from the water as well as oxygen.
The Amber penshell lives in the lowest level of the sea, where sediment is present. It usually occurs in substrates consisting of coarse to semi-coarse sand, and especially in the sandy substrate that can be found in sea grass fields, usually between the 2 and 15 meters of depth.
It is not easy to find these bivalves alive in a seagrass field, as they often very well camouflaged by algae and other organisms such as sponges, growing on the shells.
The Amber penshell can be found in coastal western Atlantic waters, ranging from southern Florida across the Caribbean and the West Indies to Brazil. On the islands you can find them along the coastline of inner bays, beaches with shallow waters and sandy substrate and where seagrass grows.
English name: Amber Penshell / Spanish Oyster/ Sand oyster
Papiamentu/Papiamento name: Cocolíshi hústu
Scientific name: Pinna carnea
Family: Pinnidae (Pen shells)
Occurrence (ABC islands): Aruba, Bonaire and Curaçao
Publications used:
- De Jong, K.M., Coomans, H.E. Marine Gastropods from Curaçao, Aruba and Bonaire.
- Dutch Caribbean Species Register
- Naturalis bioportal
- World Register of Marine Species
- Amber Penshell – Pinna carnea – Pen Shells – – Tropical Reefs
- Wikipedia

Schelpen: Amber penshell (Pinna carnea)

Als je langs de kusten van onze eilanden wandelt, kun je soms delicate, roze, vleugelvormige schelpen vinden in verschillende maten. Ze zien eruit en voelen aan alsof ze van het meest fragiele materiaal zijn gemaakt. Het is ongebruikelijk om ze in één stuk te vinden; in de meeste gevallen ontbreken er stukjes van het fragiele materiaal. En als je er een vindt die compleet is, is het bijna onmogelijk om hem in één stuk mee naar huis te nemen, omdat ze bij de minste aanraking al in stukken breken: De Amber penshell (Pinna carnea).
Tweekleppigen
De Amber penshell is een tweekleppige. De definitie van een tweekleppige zoals die op Wikipedia staat, luidt als volgt: “De schelp van een tweekleppige is samengesteld uit calciumcarbonaat en bestaat uit twee, meestal gelijkvormige, delen die kleppen worden genoemd. Deze kleppen dienen voor het eten en het afvoeren van afvalstoffen. Ze zijn langs één rand (de scharnierlijn) met elkaar verbonden door een flexibel ligament dat, meestal in combinatie met in elkaar grijpende ’tandjes’ op elk van de kleppen, het scharnier vormt. Deze constructie zorgt ervoor dat de schelp geopend en gesloten kan worden zonder dat de twee helften losraken.“
Amber penshell details

De Amber penshell kan een lengte van ongeveer 30 cm bereiken en groeit aanvankelijk snel wanneer de larve zich heeft gevestigd, maar de groei vertraagt wanneer de schelp een bepaalde lengte bereikt. De schelpen van de Amber penshell schelp zijn doorschijnend en dun en worden bij elkaar gehouden door ligamenten die over de gehele rugzijde van de tweekleppige lopen. De tweekleppige is driehoekig met 8 tot 12 lage ribben die vanuit het puntige voorste uiteinde naar de brede achterste rand ‘uitstralen’.
De kleur van de buitenkant van de schelp varieert per individu, van lichtroze tot een amberkleurige tint. De buitenkant heeft ook kleine stekels, maar deze zijn eveneens fragiel en zullen na verloop van tijd eroderen. Wanneer het dier levend op het rif wordt gezien, is het voorste deel (het smallere deel) van de schelp onder het zand begraven en steekt alleen het buitenste deel van het achterste deel (het grotere, dikkere deel) boven het zand uit, geopend zodat het organisme kan filteren. Naarmate het organisme groeit, graaft het zich dieper in het substraat, maar houdt het achterste deel altijd blootgesteld aan het water om voedseldeeltjes en andere voedingsstoffen, evenals zuurstof, uit het water te filteren.
De Amber penshell leeft in de diepste lagen van de zee, waar sediment aanwezig is. Hij komt meestal voor in substraten die bestaan uit grof tot halfgrof zand, en vooral in het zandige substraat dat te vinden is in zeegrasvelden, meestal tussen de 2 en 15 meter diepte.
Het is niet gemakkelijk om deze tweekleppigen levend in een zeegrasveld te vinden, omdat ze vaak zeer goed gecamoufleerd zijn door algen en andere organismen zoals sponzen die op de schelpen groeien.
De Amber penshell is te vinden in de kustwateren van de westelijke Atlantische Oceaan, van Zuid-Florida via het Caribisch gebied en de West-Indië tot Brazilië. Op de eilanden vind je ze langs de kustlijn van binnenbaaien, stranden met ondiep water en een zandbodem, waar zeegras groeit.
Nederlandse naam: –
Papiamentse naam: Cocolíshi hústu
Wetenschappelijke naam: Pinna carnea
Family: Pinnidae
Voorkomen (ABC eilanden): Aruba, Bonaire en Curaçao
Gebruikte literatuur:
- De Jong, K.M., Coomans, H.E. Marine Gastropods from Curaçao, Aruba and Bonaire.
- Dutch Caribbean Species Register
- Naturalis bioportal
- World Register of Marine Species
- Amber Penshell – Pinna carnea – Pen Shells – – Tropical Reefs
- Wikipedia